watervogels_prTijdens de bijna-euforie over de Elfstedentocht moest ik vaak aan ze denken: de watervogels. Want ook al heet je ijsvogel, je bent afhankelijk van open water om je kostje bij elkaar te scharrelen. Zo rijk als Groningen is aan water, zo rijk is de stad ook aan watervogels. De aanwezigheid van de verschillende soorten vogels zegt veel over de verscheidenheid en kwaliteit, die het water in de stad biedt. Iedereen kent de wilde eend, de knobbelzwaan en de meerkoet. In het Noorderplantsoen hebben de tamme ganzen zelfs eigen namen; bekijk maar eens de beautycontest op de site van Ana Buren. Het zijn de meer verscholen plekjes, waar je soms ook zeldzame broedvogels kunt vinden. Wat te denken van de geoorde fuut, die meermaals op de vloeivelden van de Suikerunie broedde, en de ijsvogels, die in een pijpje dat uitsteekt uit één van de woonboten in het Hoornse Diep hebben gebroed? Verscheidenheid in watertype en omgeving, schoon water en zo hier en daar een rustig plekje staan garant voor veel natuurkwaliteit. Het is van groot belang, dat die verscheidenheid in stand wordt gehouden. Zeker, water in de stad is er voor de mensen, maar óók voor de natuur. Vogels vindt je ook aan het water. Het gezellige gebrabbel van de rietzanger en de kleine karekiet in een zomerse rietzoom brengen het water tot leven. Wie de geluiden herkent, hoort het water als het ware. En wie ooit de blauwe schicht met een luide kreet over het water voorbij zag scheren, die weet het: vogels geven kleur aan ons water.